ECLI:NL:PHR:2005:AU4784
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen algemene exploitatieplicht voor huurder van bedrijfsruimte zonder expliciete overeenkomst
In deze zaak stond de vraag centraal of een huurder van een bedrijfsruimte verplicht is tot exploitatie van het bedrijf waarvoor de ruimte bestemd is, zonder dat dit expliciet in de huurovereenkomst is vastgelegd. De eiseres tot cassatie, die het pand onderverhuurde aan Laurus, stelde dat Laurus verplicht was de supermarkt te exploiteren en dat zij schade leed door het staken van die exploitatie.
De rechtbank had de vordering van eiseres toegewezen, maar het hof kwam tot het oordeel dat het staken van de exploitatie onvoldoende was om een tekortkoming aan te nemen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat er geen algemene regel bestaat die een exploitatieplicht oplegt zonder expliciete contractuele bepaling.
De Hoge Raad benadrukt dat de beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van wat partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, aangevuld met gebruik en redelijkheid/billijkheid. Daarbij is van belang dat een crediteur in het algemeen niet verplicht kan worden zijn rechten uit te oefenen als dit voor hem aanzienlijke lasten of nadelen meebrengt.
Ook het feit dat de huurder de verhuurder ruimte laat om het belang van exploitatie langs andere wegen te realiseren, speelt een rol. De belangen van de verhuurder zijn legitiem, maar niet zonder meer voldoende om een exploitatieplicht af te dwingen. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; er bestaat geen algemene exploitatieplicht zonder expliciete afspraak.