ECLI:NL:HR:2003:AF6597
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toelaatbaarheid uitlevering ondanks afwezigheid opgeëiste persoon en raadsman
De zaak betreft een verzoek van de Verenigde Staten tot uitlevering van een persoon die in Nederland verblijft en verdacht wordt van strafbare feiten. De rechtbank Amsterdam verklaarde de uitlevering toelaatbaar, ondanks dat de opgeëiste persoon niet aanwezig was bij de zitting en geen uitdrukkelijk gemachtigde raadsman aanwezig was. De opgeëiste persoon had schriftelijk afstand gedaan van zijn recht om te verschijnen en wilde de behandeling aanhouden vanwege een lopende Nederlandse strafzaak.
De raadsman van de opgeëiste persoon voerde aan dat de feiten politieke delicten betreffen en dat de aanwezigheid van de cliënt essentieel is voor de verdediging. De rechtbank wees het verzoek tot aanhouding af en verleende verstek. De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever niet voorziet in een verstekprocedure in uitleveringszaken en dat de rechtbank de zaak mag voortzetten indien de opgeëiste persoon niet verschijnt en geen uitdrukkelijk gemachtigde raadsman aanwezig is, mits de aanwezigheid niet wenselijk wordt geacht.
De Hoge Raad verwierp het verweer dat het ontbreken van de aanwezigheid van de opgeëiste persoon en een gemachtigde raadsman tot nietigheid van de procedure leidt. Ook werd geoordeeld dat de rechtbank niet verplicht was ambtshalve onderzoek te doen naar verjaring van het strafrechtelijk vervolgingsrecht. Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee de uitlevering toelaatbaar blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toelaatbaarheid van de uitlevering ondanks afwezigheid van de opgeëiste persoon en uitdrukkelijk gemachtigde raadsman.