ECLI:NL:PHR:2006:AU3580
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Keuze voor fiscaal partnerschap na onherroepelijke aanslag niet toegestaan
Belanghebbende en haar huisgenoot, beiden ongehuwd en meerderjarig, voerden een gezamenlijke huishouding en wilden fiscaal als partners worden aangemerkt voor het jaar 2001. Belanghebbende had aanvankelijk gekozen om niet als partner te worden gekwalificeerd, terwijl zij en haar huisgenoot later gezamenlijk wilden kiezen voor partnerschap om recht te verkrijgen op de algemene heffingskorting.
De huisgenoot had echter al een onherroepelijke aanslag ontvangen, waardoor volgens de Staatssecretaris en de Hoge Raad de gezamenlijke keuze voor partnerschap niet meer mogelijk was. Het Hof had anders geoordeeld en de keuze alsnog gehonoreerd, mede omdat de aanslag van de huisgenoot geen fiscale gevolgen had voor hem.
De Hoge Raad stelt dat het recht om te kiezen voor partnerschap vervalt zodra de aanslag van één van de partners onherroepelijk vaststaat, en dat het Besluit van de Staatssecretaris dit onderscheid bevestigt. Ook al leidt de keuze niet tot navordering bij de partner met onherroepelijke aanslag, het toestaan van een late keuze zou de uitvoerbaarheid van de wet bemoeilijken.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verklaart het beroep van de Staatssecretaris gegrond. Hiermee wordt bevestigd dat de gezamenlijke keuze voor fiscaal partnerschap niet kan worden gemaakt nadat de aanslag van een van de partners onherroepelijk is geworden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt dat een gezamenlijke keuze voor fiscaal partnerschap niet mogelijk is nadat de aanslag van één van de partners onherroepelijk is geworden.