ECLI:NL:HR:2000:AA6923
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over middelingstijdvak bij teruggaaf inkomstenbelasting
Belanghebbende verzocht om teruggaaf van inkomstenbelasting over het middelingstijdvak 1991-1993. De Inspecteur verleende een teruggaaf van f 2.428,--, terwijl belanghebbende een hoger bedrag berekende. Na bezwaar en beroep bevestigde het hof de beschikking van de Inspecteur.
De Hoge Raad oordeelt dat het wettelijke stelsel van artikel 66a Wet inkomstenbelasting 1964 en artikel 23 AWR Pro niet verbiedt dat een bezwaar leidt tot wijziging van het middelingstijdvak, mits er geen overlapping is met een eerder toegekend middelingstijdvak. Omdat het bezwaar van belanghebbende niet tot een overlapping leidde en geen lagere teruggaaf tot gevolg had, was het hof onjuist in zijn oordeel.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens wordt het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam.