ECLI:NL:HR:2006:AU3580
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Keuze voor fiscaal partnerschap vereist gezamenlijke en tijdige aangifte
Belanghebbende en haar huisgenoot vroegen in november 2001 een voorlopige teruggaaf aan waarbij zij aangaven als fiscale partners te willen worden aangemerkt. Later deden beiden afzonderlijk aangifte inkomstenbelasting 2001 waarbij zij de keuze voor fiscaal partnerschap ontkenden. De Inspecteur legde aan belanghebbende een aanslag op met een lage gecombineerde heffingskorting. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verhoogde de heffingskorting op grond van fiscaal partnerschap.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in. De Hoge Raad overwoog dat de gezamenlijke keuze voor fiscaal partnerschap bij aangifte moet worden gemaakt en dat een keuze achteraf alleen mogelijk is indien nog geen aanslag onherroepelijk vaststaat. Omdat de huisgenoot al een onherroepelijke aanslag had, kon de keuze voor fiscaal partnerschap niet meer worden gemaakt.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Er werden geen proceskosten toegewezen. Hiermee werd bevestigd dat de fiscale partnerschapskeuze tijdig en gezamenlijk moet plaatsvinden en niet kan worden herzien na onherroepelijke aanslagen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond omdat de keuze voor fiscaal partnerschap niet tijdig en gezamenlijk is gemaakt.