ECLI:NL:PHR:2006:AU6712
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over strafvorderlijk beslag op nalatenschap wegens witwassen en beklag minderjarige erfgenaam
De zaak betreft een beklag ex art. 552a Sv tegen strafvorderlijk beslag op een bedrag van € 874.874,99, behorend tot de nalatenschap van een overleden persoon (X), waarvan het Openbaar Ministerie vermoedt dat het vermogen criminele herkomst heeft. De wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige erfgenamen Y en Z werden belast met witwassen ex art. 420bis Sr door aanvaarding van de erfenis. De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond.
De Hoge Raad bevestigt dat art. 420bis Sr ook van toepassing is bij verkrijging van vermogen door erfopvolging en dat het overlijden van X het onderzoek naar de herkomst van het vermogen niet belemmert. De rechtbank oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de wettelijke vertegenwoordigers zullen worden veroordeeld wegens witwassen, hetgeen de Hoge Raad niet onjuist acht.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad de vraag of een wettelijke vertegenwoordiger namens een minderjarige van zestien jaar of ouder beklag kan doen zonder diens instemming. Uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie blijkt dat minderjarigen vanaf twaalf jaar in principe zelf beklag moeten doen, en dat de vertegenwoordiger alleen mag optreden met instemming van de minderjarige. In deze zaak was niet gebleken dat de minderjarige met het beklag had ingestemd, waardoor de Hoge Raad de klaagster niet-ontvankelijk verklaart in haar beklag.
Ten slotte bespreekt de Hoge Raad de civielrechtelijke aspecten van beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap door wettelijke vertegenwoordigers en de voorwaarden waaronder sprake is van 'voorhanden hebben' in de zin van art. 420bis Sr. De rechtbank had onvoldoende gemotiveerd waarom de wettelijke vertegenwoordigers het misdaadgeld voorhanden zouden hebben gehad. De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het hof voor nadere beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de klaagster niet ontvankelijk in haar beklag en verwijst de zaak naar het hof voor nadere beoordeling.