ECLI:NL:HR:2006:AU6712
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over witwassen via aanvaarding nalatenschap en beslag op erfdeel minderjarige
De zaak betreft het strafvorderlijk beslag op een bedrag van € 874.874,99, nagelaten door een overleden persoon (X) aan zijn minderjarige kinderen (Y en Z). Het Openbaar Ministerie stelde dat de wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige kinderen zich door aanvaarding van de erfenis schuldig maakten aan witwassen ex art. 420bis Sr. De rechtbank verklaarde het klaagschrift van Z tegen het beslag ongegrond en oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de wettelijke vertegenwoordiger zal worden veroordeeld wegens witwassen.
De Hoge Raad bevestigt dat art. 420bis Sr ook van toepassing is bij verkrijging van zaken of vermogensrechten door erfopvolging en dat het overlijden van X het onderzoek naar de herkomst van het vermogen niet belemmert. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de wettelijke vertegenwoordigers feitelijke zeggenschap hebben over het vermogen en dat voorwaardelijk opzet kan worden aangenomen.
Echter, de Hoge Raad vernietigt het oordeel van de rechtbank dat het beslag op de vordering van de minderjarige Z op de notaris terecht is gelegd, omdat niet is gemotiveerd waarom Z, die minderjarig was bij aanvaarding, kennis of vermoeden had van de criminele herkomst van het vermogen. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor herbeoordeling van dit onderdeel.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar het hof voor herbeoordeling van het beslag op de vordering van de minderjarige erfgenaam.