ECLI:NL:PHR:2006:AU7492
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige overheidsdaad bij verkoop van verontreinigd perceel industriegrond door gemeente
In deze zaak kocht Plameco in 1989 een perceel industriegrond van [A], die het perceel op dezelfde dag van de gemeente had gekocht. Pas in 1997 bleek dat de grond verontreinigd was vanwege het voormalige gebruik als vuilstortplaats door de gemeente. Plameco vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, omdat de gemeente nagelaten had te informeren over de verontreiniging.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof oordeelde dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld door verontreinigde grond in het verkeer te brengen zonder koper te informeren, ondanks een exoneratieclausule die de gemeente beschermde. Het hof stelde dat de gemeente voorzienbaar was dat de verontreiniging risico's met zich bracht voor latere verkrijgers, waaronder onderzoeks- en saneringskosten en beperkingen in bebouwingsuitbreiding.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof, waarbij het onder meer oordeelde dat de korte verjaringstermijn van vijf jaar pas begint te lopen vanaf het moment dat Plameco daadwerkelijk bekend was met de schade en de aansprakelijke persoon. Het enkele vermoeden van verontreiniging volstaat niet. Tevens werd bevestigd dat de gemeente een mededelingsplicht had en dat het beroep op de exoneratieclausule wegens strijd met redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. De gemeente kon zich niet beroepen op het beding omdat zij ernstig verwijtbaar had gehandeld door te zwijgen over de verontreiniging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door het verontreinigde perceel te verkopen zonder koper te informeren en wijst het cassatieberoep van de gemeente af.