ECLI:NL:PHR:2006:AU8070
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over getuigenverzoek en verbeurdverklaring geld bij drugszaken
In deze zaak heeft het hof het verzoek van de verdediging om een getuige uit Jamaica te horen afgewezen omdat het onaannemelijk werd geacht dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn zou verschijnen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het niet aannemelijk zou zijn dat de getuige zou verschijnen, mede omdat de dagvaarding in het Nederlands was gesteld terwijl de getuige geen Nederlands spreekt. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof.
Daarnaast heeft het hof diverse inbeslaggenomen geldbedragen verbeurd verklaard omdat deze volgens eigen opgave aan de verdachte toebehoorden en verband hielden met de handel in verdovende middelen. De verdachte had ter terechtzitting verklaard niet op de hoogte te zijn van de marihuana in een tas, maar erkende dat het geld deels van hem was. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof over de toebehoren van het geld begrijpelijk is en laat deze beslissing in stand.
De zaak betreft medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet, waarbij het hof de verdachte veroordeelde tot acht maanden gevangenisstraf en verbeurdverklaring van geldbedragen. De Hoge Raad vernietigt het arrest vanwege het getuigenverzoek en bepaalt dat het hof opnieuw moet oordelen over het getuigenverzoek, maar bevestigt de verbeurdverklaring van het geld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering van de afwijzing van het getuigenverzoek, de verbeurdverklaring van geld blijft gehandhaafd.