ECLI:NL:HR:2003:AE8779
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest vanwege onjuiste maatstaf bij afwijzing getuigenverzoek in hoger beroep
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarin de verdachte was veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder deelname aan een criminele organisatie en wapendelicten. De verdediging verzocht het hof om het horen van diverse getuigen die zouden kunnen aantonen dat bepaalde personen als criminele burgerinfiltranten door de politie waren ingezet.
Het hof wees dit verzoek af op grond van het noodzakelijkheidcriterium, omdat het onderzoek al was aangevangen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof de verkeerde maatstaf heeft gehanteerd. Volgens de Hoge Raad moet het openbaar ministerie de oproeping van getuigen die vóór de hervatting van het onderzoek zijn opgegeven slechts weigeren indien redelijkerwijs de verdediging van de verdachte daardoor wordt geschaad. De rechter kan een verzoek tot oproeping van getuigen alleen afwijzen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daardoor het openbaar ministerie in zijn vervolging of de verdachte in zijn verdediging wordt geschaad.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het betrekking heeft op de beslissingen omtrent de tenlastegelegde feiten en de strafoplegging en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde berechting.