ECLI:NL:HR:2006:AU8070
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing getuigenverzoek wegens onwaarschijnlijke verschijning
In deze strafzaak heeft het hof het verzoek van de verdediging om een getuige te horen afgewezen. De getuige had weliswaar een origineel statement aan de verdediging overgelegd, maar was niet verschenen op de terechtzitting en reageerde niet op een aangetekende oproeping in het Nederlands naar zijn adres in Jamaica.
Het hof concludeerde dat de getuige niet bereid was vrijwillig naar Nederland te komen en dat het niet aannemelijk was dat hij binnen een aanvaardbare termijn zou verschijnen. Deze feitelijke conclusie werd door de Hoge Raad niet onbegrijpelijk geacht.
De verdachte was veroordeeld voor medeplegen van een opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en had cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof.
De zaak illustreert het belang van de beoordeling van de bereidheid van buitenlandse getuigen om te verschijnen en de toereikendheid van oproepingsmaatregelen, ook indien de oproeping niet in de taal van de getuige is gesteld.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de omstandigheden zorgvuldig had meegewogen en dat het beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.