ECLI:NL:PHR:2006:AU8098
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke aansprakelijkheid voor bedrijfsmatig aantrekken van gelden van het publiek
Deze zaak betreft een arrest van de Hoge Raad van 18 april 2006 over de strafrechtelijke aansprakelijkheid van verdachte voor het deelnemen aan een criminele organisatie die bedrijfsmatig gelden van het publiek aantrok zonder vereiste vrijstelling, in strijd met art. 82 Wet Pro toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992).
Het hof had vastgesteld dat verdachte en medeverdachten via een netwerk van rechtspersonen en tussenpersonen aanzienlijke gelden van voornamelijk particuliere beleggers hadden aangetrokken, waarbij het merendeel van deze gelden niet daadwerkelijk werd belegd maar werd besteed aan luxe-uitgaven. Verdachte was feitelijk bestuurder van meerdere betrokken rechtspersonen en had actieve rol in het aantrekken van gelden en het opzetten van misleidende constructies.
De Hoge Raad bevestigde dat de term 'publiek' in art. 82 Wtk Pro 1992 niet omvat professionele marktpartijen, maar wel particuliere beleggers en aan hen gelijkgestelde rechtspersonen, ook indien zij aanzienlijke bedragen belegden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de vorderingen van benadeelde partijen terecht niet-ontvankelijk had verklaard wegens de complexiteit van de vorderingen, de vragen over causaliteit en eigen schuld, en het grote aantal benadeelde partijen dat de strafzaak zou overschaduwen.
De Hoge Raad verwierp de middelen van verdachte en benadeelde partijen en bevestigde de strafrechtelijke veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van één jaar. Tevens werd bevestigd dat Nederland rechtsmacht heeft over de strafbare feiten, ook voor zover deze in België, Luxemburg en Groot-Brittannië werden gepleegd, vanwege het voortdurende karakter van het ter beschikking hebben van gelden en de betrokkenheid van Nederlandse tussenpersonen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar wegens deelname aan een criminele organisatie en het feitelijk leiding geven aan verboden handelingen volgens art. 82 Wtk 1992.