ECLI:NL:HR:2002:AD7011
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep Advocaat-Generaal tegen niet-ontvankelijkverklaring benadeelde partijen
In deze strafzaak is door het Gerechtshof te Leeuwarden een verdachte vrijgesproken van mishandeling en veroordeeld voor het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. Het hof verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun civiele vorderingen. De Advocaat-Generaal bij het Hof stelde cassatieberoep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen.
De Hoge Raad oordeelt dat het Openbaar Ministerie geen partij is bij de civiele vorderingen van de benadeelde partijen en op grond van artikel 95, eerste lid, oud Wetboek van Rechterlijke Organisatie, slechts partijen cassatieberoep kunnen instellen. Hierdoor is het cassatieberoep van de Advocaat-Generaal niet-ontvankelijk.
Voorts wordt opgemerkt dat de wet geen regeling bevat voor cassatieberoep door benadeelde partijen tegen niet-ontvankelijkverklaring van hun vorderingen door het hof. De Hoge Raad ziet het niet als zijn taak om hierin rechtsvorming te verrichten. De schriftuur van de benadeelde partij blijft daarom onbesproken. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Advocaat-Generaal niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Advocaat-Generaal niet-ontvankelijk wegens gebrek aan partijstelling bij de civiele vorderingen.