ECLI:NL:PHR:2006:AU8108
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opzet en verwerpt AVAS-verweer bij overtreding Wet toezicht kredietwezen
In deze zaak stond de vraag centraal of het hof de grondslag van de tenlastelegging had verlaten door een ruime bewezenverklaring te hanteren die zich uitstrekte over Nederland en België en het publiek als benadeelde partij. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet op de grondslag van de tenlastelegging had beslist, maar dat het hof de bewezenverklaring proceseconomisch had beperkt tot de ruimste omschrijving, waarbij het niet vrijsprak van meer specifieke alternatieven. De Hoge Raad stelde dat het hof de fout kan herstellen door uitdrukkelijk vast te stellen dat vrijspraak geldt voor niet bewezenverklaarde onderdelen.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad de vraag of voor overtreding van artikel 82 van Pro de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk) boos opzet vereist is. De Hoge Raad bevestigde dat dit niet het geval is; het is voldoende dat de verdachte willens en wetens handelde, zonder dat opzet op het wederrechtelijke karakter vereist is. Het hof had het opzet juist uitgelegd als bewust bemiddelen bij het aantrekken van gelden.
Tot slot verwierp de Hoge Raad het beroep op afwezigheid van alle schuld (AVAS) wegens rechtsdwaling. De verdachte had zich als leek moeten vergewissen van de vergunningen en kon niet volstaan met vertrouwen op medeverdachte of toezichthouders. Het hof had dit verweer terecht afgewezen op grond van onvoldoende initiatief en zorgvuldigheid van de verdachte. De middelen werden afgewezen en het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens overtreding van artikel 82 Wtk bevestigd.