ECLI:NL:PHR:2006:AV0344
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over kostenverweer bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij
De zaak betreft de ontnemingsmaatregel opgelegd aan een veroordeelde wegens het exploiteren van een hennepkwekerij met vijftien oogsten. Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €103.836,- en de kosten die de veroordeelde had gemaakt bij de inrichting van de kwekerij slechts gedeeltelijk in mindering gebracht, uitgaande van een gemiddeld bedrag van €7.000,- per compartiment.
De veroordeelde voerde verweer tegen de hoogte van het voordeel en stelde dat ook kosten voor het opruimen van de loods en het vernietigen van casco’s in aftrek moesten worden gebracht. Het hof had deze opruimkosten niet meegewogen, terwijl deze mogelijk wel in directe relatie tot het delict stonden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof bij verwerping van een gemotiveerd en gespecificeerd kostenverweer in zijn uitspraak moet aangeven waarom bepaalde kosten niet in mindering worden gebracht. Nu het hof de opruimkosten buiten beschouwing had gelaten zonder motivering, is het arrest onvoldoende gemotiveerd en dient het te worden vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof over het aantal oogsten en de redelijkheid van de kostenraming per compartiment. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling van het kostenverweer, met inachtneming van de motiveringseisen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het kostenverweer.