ECLI:NL:HR:2005:AU2230
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid kosten bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerijen
De zaak betreft een ontnemingsvordering tegen betrokkene, veroordeeld voor deelneming aan een criminele organisatie en opiumwetdelicten met betrekking tot hennepkwekerijen in meerdere panden.
Het hof Arnhem had geoordeeld dat kosten voor inrichting, huur, hypotheek en aanschaf van zeecontainers niet in aftrek konden worden gebracht bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De verdediging voerde aan dat deze kosten wel degelijk in aftrek moesten worden gebracht, met specificatie en onderbouwing.
De Hoge Raad stelt dat alleen kosten die in directe relatie staan tot het delict voor aftrek in aanmerking komen en dat de rechter grote vrijheid heeft in de mate van rekening houden met deze kosten. Echter, wanneer de betrokkene gemotiveerd en gespecificeerd verweer voert, moet de rechter bij verwerping daarvan in zijn uitspraak motiveren waarom deze kosten niet aftrekbaar zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de inrichtingskosten en huurkosten niet aftrekbaar zijn, terwijl de kosten van hypotheek en zeecontainers wel juist zijn beoordeeld. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de aftrekbaarheid van kosten bij ontneming.