ECLI:NL:PHR:2006:AV7266
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over openlijke geweldpleging in vereniging en significante bijdrage
Op 6 oktober 2003 vond op het Gerard Douplein in Amsterdam een incident plaats waarbij een vrouw, ten onrechte verdacht van winkeldiefstal, door een groep jongeren werd belaagd. De groep, waaronder de verdachte, joelde, schold en sloot het slachtoffer in. Een van de groepsleden schopte het slachtoffer meerdere malen, wat leidde tot haar overlijden door een gescheurde milt.
De verdachte werd door het Hof veroordeeld wegens openlijke geweldpleging in vereniging, hoewel hij zelf geen directe gewelddadige handelingen had verricht. Het Hof baseerde dit op zijn deelname aan de groep, het niet distantiëren tijdens het geweld, en het versterken van de groep.
De Hoge Raad bevestigt dat voor artikel 141 Sr Pro vereist is dat de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, die niet per se gewelddadig hoeft te zijn. De enkele aanwezigheid in een groep is onvoldoende. Tevens is opzet vereist, dat wil zeggen dat de verdachte het geweld heeft gewild of bewust op de koop toe heeft genomen.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte de bijdrage van de verdachte als voldoende heeft aangemerkt, omdat het zich beperken tot het getalsmatig versterken van de groep en het niet distantiëren niet automatisch een significante bijdrage vormt. Echter, in deze zaak was de verdachte actief betrokken bij het zoeken van de confrontatie en het onderschrijven van het geweld, zodat zijn veroordeling standhoudt.
Daarnaast wordt vastgesteld dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure is overschreden, maar dit leidt niet tot vernietiging van het vonnis gezien de zwaarte van de opgelegde straf en de omstandigheden van het geval.
Uitkomst: De verdachte werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging in vereniging met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf.