ECLI:NL:GHSGR:2004:AP0151
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Verzekeringskamer, Staat, accountants en actuaris bij faillissement Vie d'Or
De zaak betreft de aansprakelijkheid van de Verzekeringskamer, de Staat, de accountants en de actuaris voor de schade geleden door voormalige polishouders en crediteuren van de failliete levensverzekeringsmaatschappij Vie d'Or. Het hof bevestigt dat de Verzekeringskamer niet als redelijk handelend toezichthouder heeft gehandeld door niet tijdig een stille bewindvoerder te benoemen, ondanks ernstige aanwijzingen over de financiële situatie en administratie van Vie d'Or.
De actuaris heeft op verwijtbare wijze nagelaten de directie en de raad van commissarissen schriftelijk te waarschuwen voor het gevaar van discontinuïteit, wat het hof als causaal verband met de schade aanvaardt. De accountants hebben ernstig gefaald in hun controlerende taak, onder meer door het afgeven van goedkeurende verklaringen ondanks gebrekkige informatie, wat eveneens onrechtmatig is jegens de polishouders.
De curatoren konden hun vorderingen namens de gezamenlijke crediteuren niet toewijzen omdat onvoldoende is gesteld dat de handelingen van gedaagden hebben geleid tot benadeling van de schuldeisers. De Stichting is ontvankelijk als cessionaris van elf polishouders en kan een collectieve actie voeren tot verklaring van onrechtmatigheid, maar niet tot schadevergoeding. De schadeberekening moet per polishouder plaatsvinden, waarbij de datum 1 augustus 1994 als uitgangspunt geldt. De vordering tot vergoeding van kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid is toewijsbaar.
Het hof wijst de vorderingen van de curatoren af, bekrachtigt het oordeel over onrechtmatig handelen van de actuaris en accountants, en vernietigt het oordeel dat de Verzekeringskamer niet onrechtmatig heeft gehandeld. Het hof zal een comparitie gelasten voor nadere schadevaststelling.
Uitkomst: De Verzekeringskamer, actuaris en accountants zijn aansprakelijk voor onrechtmatig handelen jegens polishouders; curatoren worden niet-ontvankelijk verklaard; schadevaststelling volgt na comparitie.