ECLI:NL:PHR:2006:AW6166
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over werkgeversaansprakelijkheid bij organisch psychosyndroom door blootstelling aan toxische stoffen
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn voormalige werkgever over aansprakelijkheid op grond van art. 7:658 BW Pro voor gezondheidsklachten die de werknemer zou hebben opgelopen door blootstelling aan toxische stoffen tijdens zijn werkzaamheden. De werknemer stelde dat hij leed aan organisch psychosyndroom (OPS) als gevolg van blootstelling aan schadelijke stoffen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat onvoldoende bewijs was geleverd voor het oorzakelijk verband tussen de blootstelling en de klachten. Het hof stelde dat eerst moest worden vastgesteld of de werknemer daadwerkelijk aan OPS leed, alvorens de vraag naar het causaal verband aan de orde kon komen. Uit medische rapporten bleek dat het ziektebeeld van de werknemer niet paste bij OPS of een vergelijkbare beroepsziekte.
De Hoge Raad bevestigde dat art. 7:658 BW Pro onmiddellijke werking heeft en dat de bewijspositie van de werknemer niet kan worden omgekeerd zonder aannemelijk bewijs van een beroepsziekte. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat onvoldoende aannemelijk was dat de werknemer aan OPS leed en dat de klachten werkgerelateerd waren.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige bewijsvoering bij claims over beroepsziekten en beperkt de toepassing van de omkeringsregel tot gevallen waarin sprake is van een duidelijk condicio sine qua non-verband en een specifiek gevaar. De werkgever werd niet aansprakelijk gehouden voor de gezondheidsklachten van de werknemer.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat onvoldoende bewijs is geleverd voor aansprakelijkheid van de werkgever voor OPS-klachten van de werknemer.