ECLI:NL:PHR:2006:AW6182
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen recht op vergoeding onderbedeling pachter bij ruilverkaveling
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een pachter en de Landinrichtingscommissie (LC) over het niet opnemen van een vergoeding wegens onderbedeling in de lijst der geldelijke regelingen bij de ruilverkaveling Vijfheerenlanden. De pachter bracht vijf percelen in, maar kreeg minder grond terug toegewezen dan hij had ingebracht. Hij maakte bezwaar tegen deze onderbedeling en het formele besluit van de LC.
De rechtbank verklaarde de bezwaren ongegrond, onder meer omdat de pachter met een overeenkomst uit 1982 had ingestemd met een onderbedeling van meer dan 5% en er geen contractuele regeling was voor een vergoeding. Tevens werd het formele bezwaar tegen de besluiten van de LC afgewezen vanwege reparatiewetgeving die de bevoegdheid van de secretaris van de LC legaliseerde.
De Hoge Raad bevestigt dat de pachter geen recht heeft op een geldelijke vergoeding wegens onderbedeling, omdat de wetgever dit expliciet heeft uitgesloten in de Landinrichtingswet. De pachter kan wel bij de vaststelling van de pachtprijs rekening houden met de onderbedeling. Ook het beroep op het EVRM en gelijkheidsbeginsel faalt, omdat de pachter gecompenseerd wordt via andere voordelen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de pachter geen recht heeft op vergoeding wegens onderbedeling.