ECLI:NL:PHR:2006:AY4032
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onrechtmatige overheidsdaad bij fiscale woonplaats en belastingaanslag
De zaak betreft een piloot die zowel in Nederland als Duitsland woonde en werkte, waarbij onduidelijkheid bestond over zijn fiscale woonplaats volgens het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland. De Inspecteur legde een aanslag op inkomstenbelasting op, die na bezwaar werd verminderd en uiteindelijk ingetrokken. De piloot vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaad.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de Inspecteur het belastingverdrag correct had toegepast en dat er geen sprake was van onrechtmatig handelen, omdat de aanslag was gebaseerd op een juiste uitleg van het verdrag en de fiscale woonplaats niet eenduidig kon worden vastgesteld. De overlegprocedure tussen Nederlandse en Duitse autoriteiten was niet onredelijk lang.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en benadrukt dat het belastingverdrag geen eenduidige tie-break bevat voor dubbele woonplaats, waardoor dubbele woonplaatsen mogelijk zijn. De Staat heeft loyaal overleg gevoerd en de aanslag uiteindelijk ingetrokken. Er is geen sprake van willekeur, onjuiste toepassing van het verdrag of schending van EG-verdragsvrijheden. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld en wijst de vordering tot schadevergoeding af.