ECLI:NL:PHR:2006:AY7767
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs voor dwingen tot seksuele handelingen onder feitelijke dwang
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden, waarin verdachte werd veroordeeld voor meerdere gevallen van verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Het hof had geoordeeld dat verdachte door misbruik van feitelijke verhoudingen en psychisch overwicht de slachtoffers had gedwongen tot seksuele handelingen.
De Hoge Raad stelt dat het bewezenverklaarde dwingen ex art. 242 en Pro 246 Sr alleen kan worden aangenomen indien uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte opzettelijk een feitelijke situatie heeft veroorzaakt waardoor het slachtoffer tegen zijn of haar wil handelingen onderging. Uit de verklaringen van de slachtoffers blijkt echter dat zij aanvankelijk instemden uit vertrouwen in de professionele context en dat er geen sprake was van daadwerkelijke dwang of onmogelijkheid tot verzet.
De conclusie is dat de bewijsmiddelen onvoldoende zijn om het dwingen aan te nemen zoals vereist door de wet. De bewezenverklaring is daarom niet met redenen omkleed en het arrest wordt vernietigd. De zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde behandeling op basis van het bestaande dossier.
Uitkomst: Arrest Hof Leeuwarden vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor dwingen tot seksuele handelingen, zaak verwezen naar ander hof.