ECLI:NL:HR:2006:AU8042
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt deel van arrest over dwang bij verkrachting in slaaptoestand
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor twee verkrachtingen, waaronder een waarbij het slachtoffer in een slaap- of roestoestand verkeerde. Het hof stelde dat de verdachte de vrouw had gedwongen door haar onverhoeds te benaderen terwijl zij sliep, waardoor zij handelingen onderging die zij tegen haar wil had moeten ondergaan.
De Hoge Raad oordeelde dat dwang in de zin van art. 242 Sr Pro alleen kan worden aangenomen indien de verdachte opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer de seksuele handelingen tegen haar wil heeft ondergaan. Uit het bewijs bleek echter dat het slachtoffer door misleiding omtrent de identiteit van de verdachte handelingen had toegelaten terwijl zij in een slaap/waaktoestand verkeerde. Dit is onvoldoende voor dwang in de zin van art. 242 Sr Pro.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof voor het tweede bewezenverklaarde feit, de strafoplegging en de beslissing op de vordering van de benadeelde partij, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De zaak betreft een complexe bewijsvoering rond verkrachting waarbij het slachtoffer onder invloed van alcohol was en in een staat van sluimering verkeerde, en waarbij de verdachte de woning binnensloop. De Hoge Raad benadrukte het belang van een juiste motivering van dwang en opzet bij dergelijke feiten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor het tweede bewezenverklaarde feit wegens onvoldoende bewijs van dwang en verwijst de zaak terug naar het hof.