ECLI:NL:PHR:2006:AY9190
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens niet-naleving van artikel 51 Sv bij betekening dagvaarding in hoger beroep
De verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens mishandeling en heeft tegen dit arrest cassatie ingesteld. Het cassatiemiddel klaagt dat het hof niet ambtshalve heeft onderzocht of aan artikel 51 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) was voldaan, aangezien er ernstige twijfel bestaat of de dagvaarding aan de raadsman is betekend.
Uit het dossier blijkt dat er twee vrijwel identieke brieven van het hof aan de raadsman zijn, waarvan vermoed wordt dat de brief die aan de raadsman had moeten worden verzonden per abuis in het dossier is achtergebleven. Noch uit het proces-verbaal, noch uit het arrest blijkt dat het hof heeft onderzocht waarom de raadsman niet aanwezig was bij de zitting.
De Hoge Raad benadrukt het belang van artikel 51 Sv Pro, dat voorschrijft dat de raadsman onverwijld een afschrift van alle stukken moet ontvangen die aan de verdachte worden betekend. Bij twijfel moet de rechter zich ervan vergewissen dat dit voorschrift is nageleefd of dat een uitzondering van toepassing is. Het hof heeft dit onderzoek nagelaten, waardoor het onderzoek ter terechtzitting nietig is en het arrest niet in stand kan blijven.
De Hoge Raad verklaart het cassatiemiddel gegrond en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen of anderszins afgedaan conform artikel 440 Sv Pro.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens niet-naleving van artikel 51 Sv en het ontbreken van ambtshalve onderzoek naar de betekening aan de raadsman.