ECLI:NL:PHR:2006:AZ0418
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling stuiting verjaring in verzekeringsrecht na verkeersongeval met duopassagier
In deze zaak staat centraal of de verjaring van een vordering tot schadevergoeding op grond van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) is gestuit door schriftelijke mededelingen van de benadeelde aan de verzekeraar. Het betreft een verkeersongeval op 6 augustus 1995 waarbij eiseres als duopassagier letsel opliep. Eiseres vordert vergoeding van materiële en immateriële schade van de verzekeraar van de motorfiets.
De verzekeraar betoogt dat de vordering verjaard is op grond van art. 10 WAM Pro, omdat de dagvaarding pas in 2000 is uitgebracht terwijl de verjaringstermijn drie jaar bedraagt. Eiseres stelt dat de verjaring is gestuit door brieven van 5 juni 1997, 10 augustus 1997 en 15 december 1997, waarin zij haar recht op nakoming ondubbelzinnig voorbehoudt. Hof en rechtbank oordeelden echter dat deze brieven niet voldeden aan de strikte maatstaf van art. 3:317 lid 1 BW Pro, zodat geen stuiting plaatsvond.
De Hoge Raad overweegt dat de brief van 15 december 1997, gelezen in samenhang met eerdere briefwisseling en de reactie van de verzekeraar, wel degelijk een ondubbelzinnige schriftelijke mededeling vormt die de verjaring stuit. De brief waarschuwt de verzekeraar dat zij rekening moet houden met een mogelijke toekomstige vordering en dat zij haar gegevens en bewijsmateriaal moet bewaren om zich te kunnen verweren. Dit oordeel van het hof is onbegrijpelijk en wordt vernietigd. De zaak wordt verwezen naar het hof voor verdere behandeling.
De uitspraak verduidelijkt de maatstaf voor stuiting van verjaring door schriftelijke mededelingen in verzekeringszaken en benadrukt dat een brief niet per se een aanmaning hoeft te zijn, maar wel ondubbelzinnig moet maken dat de schuldeiser zijn recht op nakoming voorbehoudt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug vanwege onjuiste beoordeling van de stuiting van de verjaring door de brief van 15 december 1997.