ECLI:NL:HR:2005:AT6833
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt stuiting verjaring door onderhandelingen in WAM-verzekeringszaak letselschade minderjarige duopassagier
In deze zaak vorderden de ouders van een minderjarig kind namens hun dochter vergoeding van letselschade opgelopen bij een aanrijding met een bromfiets in 1992. De verzekeraar Univé voerde verjaring aan als verweer tegen de vordering. De rechtbank wees de vordering af wegens verjaring, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering alsnog toe. Het geschil draaide om de vraag of de briefwisseling tussen de ouders en de verzekeraar als onderhandelingen in de zin van art. 10 lid 5 WAM Pro kon worden aangemerkt, waardoor de verjaring werd gestuit.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de correspondentie, ondanks dat Univé aansprakelijkheid bleef betwisten, wel degelijk als onderhandelingen kon worden beschouwd. Dit omdat uit de briefwisseling redelijkerwijs mocht worden afgeleid dat Univé een regeling over de schade niet definitief uitsloot. De Hoge Raad verwierp het beroep van Univé en veroordeelde haar in de kosten van het geding.
Deze uitspraak benadrukt dat stuiting van verjaring door onderhandelingen ook kan plaatsvinden als de verzekeraar aansprakelijkheid betwist, mits uit de correspondentie blijkt dat een regeling niet definitief is uitgesloten. Dit is in lijn met de Benelux-overeenkomst en eerdere jurisprudentie van het Benelux-Gerechtshof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de briefwisseling tussen de benadeelde en de WAM-verzekeraar als onderhandelingen geldt die de verjaring stuiten, waardoor Univé aansprakelijk blijft voor de letselschade.