ECLI:NL:PHR:2006:AZ1083
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid vermogensbeheerder voor schending bijzondere zorgplicht bij risicovol beleggen
De zaak betreft een geschil tussen particuliere beleggers en vermogensbeheerder NNEK over aansprakelijkheid voor een negatief beleggingsresultaat bij uitvoering van een vermogensbeheersovereenkomst volgens de risicovolle methode-Premselaar.
Centrale vraag is of NNEK de bijzondere zorgplicht jegens haar cliënten heeft geschonden door onvoldoende risicoprofiel op te stellen, onduidelijkheid te laten bestaan over de beleggingsmethode en het valutarisico niet te beperken. Het hof had geoordeeld dat NNEK een bevrijdend verweer voerde en de bewijslast droeg om aan te tonen dat zij aan haar zorgplicht had voldaan.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist is uitgegaan van een omkering van de bewijslast. Volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro rust de bewijslast op de cliënt die stelt dat NNEK tekort is geschoten. NNEK hoeft niet te bewijzen dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan, maar moet wel voldoende feiten aanvoeren ter motivering van haar verweer.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de juiste bewijslastverdeling in acht moet worden genomen. Tevens wordt gewezen op het belang van schriftelijke vastlegging van cliëntenprofielen en de mogelijkheid van een voorhands bewezen behoudens tegenbewijs-constructie.
De uitspraak benadrukt de zorgvuldigheid die vermogensbeheerders moeten betrachten bij risicovol beleggen en de strikte toepassing van de bewijslastregels in civiele procedures over zorgplichtschendingen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met correcte bewijslastverdeling.