ECLI:NL:PHR:2006:AZ1496
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot procederen op eigen naam bij cessie ter incasso en lastgeving
In deze civiele zaak staat centraal of JMS Vastgoedadviseurs B.V. bevoegd is om op eigen naam een vordering in te stellen tegen de projectontwikkelaar. JMS stelt dat zij de rechten uit hoofde van een overeenkomst met de gemeente Barendrecht heeft verkregen via overdracht (cessie) van JMS Planontwikkeling B.V. en dat zij gemachtigd is om in eigen naam op te treden. De gedaagde betwist de rechtsgeldigheid van deze cessie en de bevoegdheid van JMS om op eigen naam te procederen.
De rechtbank wees de vordering af omdat JMS niet kon aantonen dat zij gerechtigd was de vordering in te stellen. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat JMS niet de juiste partij was en dat een volmacht niet tot bevoegdheid op eigen naam leidt. Het hof vond dat JMS geen geldige cessieakte had overgelegd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat een lastgeving tot incasso (cessie ter incasso) niet kan leiden tot bevoegdheid tot procederen op eigen naam. De Hoge Raad benadrukt dat een lastgevingsovereenkomst kan meebrengen dat een derde namens zichzelf kan procederen zonder dat hij de hoedanigheid hoeft te vermelden. Het arrest wordt vernietigd en verwezen voor nadere vaststelling van de feitelijke en juridische verhoudingen tussen de betrokken vennootschappen en hun bevoegdheden.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens onjuiste beoordeling bevoegdheid tot procederen op eigen naam en verwijst zaak terug.