ECLI:NL:PHR:2007:AZ1656
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep en rechtskarakter beklag inzake teruggave inbeslaggenomen hond
In deze zaak staat centraal het beklag van een beslagene tegen de teruggave van een inbeslaggenomen hond door de officier van justitie aan een derde zonder toepassing van art. 116.3 Sv. De Hoge Raad stelt dat het beklag van de beslagene moet worden gezien als een beklag over het voornemen van de OvJ om het voorwerp aan een ander dan de beslagene terug te geven, alsof die teruggave nog niet had plaatsgevonden.
De rechtbank verklaarde het klaagschrift van de beslagene gegrond en gelastte teruggave van de hond aan haar. De derde, aan wie de hond was teruggegeven, werd geacht ontvankelijk te zijn in cassatie tegen deze beschikking, omdat hij als degene wordt beschouwd aan wie de OvJ het voornemen tot teruggave heeft medegedeeld.
De Hoge Raad bespreekt tevens de toepasselijke maatstaf voor teruggave van inbeslaggenomen goederen: bij het ontbreken van een voortzetting van de strafvordering moet het voorwerp aan de beslagene worden teruggegeven, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. In deze zaak kon niet worden vastgesteld wie de rechthebbende was, zodat de hond aan de beslagene moest worden teruggegeven.
Tot slot oordeelt de Hoge Raad dat de derde, die de hond al had ontvangen zonder aangekondigd voornemen van de OvJ, geen toegang tot cassatie heeft. De uitbreiding van ontvankelijkheid geldt alleen voor gevallen waarin een voornemen tot teruggave aan een ander is aangekondigd. Het beroep van de derde wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de derde wordt niet-ontvankelijk verklaard en de hond wordt teruggegeven aan de beslagene.