Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De procesgang
3.De ontvankelijkheid van de klager
4.De cassatiemiddelen
5.Het tweede middel
6.Het eerste middel
Beoordeling
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift van een betrokkene tegen het voornemen van het OM om een inbeslaggenomen personenauto, die als gestolen stond geregistreerd, terug te geven aan een ander dan de klager. De rechtbank Gelderland verklaarde het klaagschrift ongegrond, stellende dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave aan de klager, omdat deze niet te goeder trouw was bij aankoop van de auto.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift een onjuiste maatstaf heeft toegepast. De rechtbank had niet zelf mogen beoordelen of het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet als het OM reeds had aangegeven dat dit niet het geval was. Tevens is vastgesteld dat de rechtbank niet heeft nagegaan of andere belanghebbenden in de gelegenheid zijn gesteld te worden gehoord, zoals vereist door art. 552a lid 5 Sv.
Hoewel het formele verzuim niet tot cassatie leidt wegens gebrek aan belang, slaagt het eerste middel dat ziet op de onjuiste rechtsopvatting van de rechtbank. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Gelderland voor hernieuwde beoordeling van het klaagschrift. Dit arrest benadrukt de procedurele waarborgen bij beklag tegen teruggave van inbeslaggenomen goederen en de juiste toepassing van het belang van strafvordering.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het klaagschrift.