ECLI:NL:PHR:2007:AZ4063
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van het begrip aansluiting in de Elektriciteitswet 1998 voor transporttarieven
Deze zaak betreft een geschil tussen ProRail en netbeheerders over de uitleg van het begrip 'aansluiting' in de Elektriciteitswet 1998, specifiek voor de berekening van transporttarieven. ProRail betwistte dat elk fysiek aansluitpunt als een afzonderlijke aansluiting moet worden gezien en stelde dat per netbeheerder en per tariefcategorie slechts één aansluiting bestaat. De netbeheerders factureren echter per fysiek aansluitpunt, wat resulteert in ruim 160 aansluitingen.
De rechtbank en het hof hebben de standpunten van de netbeheerders gevolgd, waarbij zij zich baseerden op de definitie van aansluiting in de wet, de beleidsstandpunten van de toezichthouder DTE, en het kostenveroorzakingsbeginsel. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat galvanische verbondenheid een redelijke maatstaf is om te bepalen of meerdere verbindingen als één aansluiting kunnen worden beschouwd. Dit is in lijn met het kostenveroorzakingsbeginsel dat kosten moeten worden toegerekend aan degenen die ze veroorzaken.
De Hoge Raad wijst erop dat de situatie van ProRail, waarbij de spoorweginfrastructuur als één onroerende zaak wordt beschouwd maar meerdere galvanisch gescheiden aansluitpunten heeft, afwijkt van de doorsnee situatie waarop de wet is gericht. Daarom is het redelijk dat in dit geval meerdere aansluitingen worden aangenomen. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het recht van afnemers om invloed uit te oefenen op het transporttarief via het spanningsniveau niet wordt doorkruist door de eis van galvanische verbondenheid.
De cassatie wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof wordt bekrachtigd. ProRail moet dus de facturen van de netbeheerders voldoen zoals deze zijn gebaseerd op het aantal fysieke aansluitpunten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat per fysiek aansluitpunt galvanisch gescheiden aansluitingen afzonderlijk als aansluiting gelden voor transporttarieven.