ECLI:NL:PHR:2007:AZ6097
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Begrotingsprocedure declaratiegeschil tussen cassatieadvocaat en cliënt
Deze zaak betreft een begrotingsprocedure op grond van de Wet tarieven in burgerlijke zaken (Wtbz) tussen een cassatieadvocaat en zijn cliënt over de hoogte van declaraties.
De advocaat heeft namens de cliënt een cassatieprocedure gevoerd, maar de cliënt heeft niet betaald. De advocaat heeft daarop de Raad van Toezicht verzocht om begroting van zijn declaraties. De Raad van Toezicht heeft een bedrag vastgesteld, maar de cliënt betwist een deel van de declaraties wegens een creditnota die niet in aanmerking is genomen.
De Hoge Raad stelt het bedrag van € 5.979,78 vast als verschuldigd en beveelt betaling daarvan, met een termijn van vier weken voor verzet. Het betwiste bedrag van € 112,62, gerelateerd aan een creditnota, wordt niet direct vastgesteld omdat onduidelijk is op welke declaratie deze betrekking heeft. Partijen krijgen gelegenheid om zich hierover uit te laten.
De procedure toont de toepassing van de Wtbz bij declaratiegeschillen en de bevoegdheid van de president van de Hoge Raad tot nadere vaststelling van het salaris van de advocaat.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt het bedrag van € 5.979,78 vast als verschuldigd en beveelt betaling met een termijn van vier weken voor verzet.