ECLI:NL:PHR:2007:AZ6525
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over buiten verdeling laten gezamenlijke bankrekening bij echtscheiding
Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2000 gescheiden. Bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap ontstond discussie over een bankrekening die aanvankelijk op naam van vader en zoon stond, maar later alleen op naam van de zoon werd gesteld.
De rechtbank liet deze rekening buiten de verdeling omdat deze per datum ontbinding van het huwelijk op naam van de zoon stond. Het hof bevestigde dit oordeel en vond dat het saldo niet tot de gemeenschap behoorde. Eiseres stelde dat ondanks de tenaamstelling de man gerechtigd bleef tot de helft van het saldo en dat het hof onvoldoende had onderzocht of deze gerechtigdheid was vervallen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet op sluitende wijze heeft gemotiveerd waarom de rekening buiten de verdeling bleef, aangezien de tenaamstelling op zichzelf geen uitsluitsel geeft over de onderlinge rechten. De Hoge Raad stelt dat het hof nader onderzoek moet doen naar de bedoelingen van partijen bij de wijziging van de tenaamstelling en of de man nog rechten had op het saldo op het moment van ontbinding.
Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling, waarbij het hof de bankrekening en de rechten daarop nader moet onderzoeken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere behandeling over de verdeling van de bankrekening.