ECLI:NL:HR:2003:AL6238
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- B.C. De Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid opsporingsambtenaren tot betreden en doorzoeken volgens Opiumwet en Sv
In deze zaak stond centraal of de politie bij een inval in een bedrijfsperceel bevoegd was tot doorzoeking zonder specifieke machtiging. De verdachte werd veroordeeld voor het handelen in strijd met de Opiumwet, na vondst van henneptoppen in het pand. De verdediging stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat de politie onrechtmatig had doorzocht.
Het Hof verwierp dit verweer en stelde dat het verschuiven van dozen om toegang te krijgen tot een ruimte binnen de bevoegdheid van artikel 9 Opiumwet Pro viel en dat het openbreken van een plafond pas na de inbeslagname had plaatsgevonden. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat de bevoegdheid tot betreden niet gelijkstaat aan een doorzoeking, waarvoor een aparte machtiging vereist is.
De Hoge Raad concludeerde dat het optreden van de politie binnen de wettelijke grenzen bleef en verwierp het cassatieberoep. De veroordeling bleef daarmee in stand, waarbij de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete opgelegd kreeg.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het bewijs is niet onrechtmatig verkregen en de veroordeling blijft in stand.