ECLI:NL:PHR:2007:BA0490
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken uitdrukkelijke beslissing op verzoek tot toevoeging meldkamerberichtenverkeer
In deze strafzaak betrof het een gewapende overval op een winkel te Nieuwegein op 3 februari 2005. De verdachte werd door het hof veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd door meerdere personen. Tijdens de procedure verzocht de verdediging om toevoeging van het uitgewerkte meldkamerberichtenverkeer aan het dossier, omdat dit mogelijk nieuwe informatie over de persoonsomschrijvingen van de verdachten zou kunnen bevatten.
Het hof wees dit verzoek impliciet af, zonder een uitdrukkelijke beslissing in het verkorte arrest of proces-verbaal van de terechtzitting. De Hoge Raad oordeelt dat op grond van art. 330 Sv Pro een uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing op een dergelijk verzoek vereist is, en dat deze beslissing in het verkorte arrest moet zijn opgenomen. Het ontbreken hiervan leidt tot nietigheid.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad een klacht over de strafmotivering, waarbij werd geoordeeld dat het volstaat dat de vordering van het Openbaar Ministerie als bijlage aan het arrest is gehecht, en dat vermelding in de strafmotivering zelf niet vereist is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beslissing waarin het verzoek uitdrukkelijk wordt behandeld. Hiermee wordt het belang van een correcte procesorde en het recht op een eerlijk proces benadrukt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een uitdrukkelijke beslissing op het verzoek tot toevoeging van het meldkamerberichtenverkeer.