ECLI:NL:PHR:2007:BA2164
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen met honkbalknuppel
Verdachte is door het Hof Amsterdam veroordeeld wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen een personenauto op de openbare weg te Utrecht, waarbij met honkbalknuppels de autoruiten en carrosserie zijn vernield. Het Hof legde een taakstraf van zestig uur op, subsidiair dertig dagen hechtenis, en kende een schadevergoeding toe.
De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van meerdere getuigen die het incident zagen, waaronder een verklaring van een ooggetuige die de verdachte met een honkbalknuppel zag slaan en de auto beschadigen. Het Hof verwierp de verklaringen van familieleden van verdachte als ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdigheden en onverenigbaarheid met andere getuigenverklaringen.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van twee getuigen niet betrouwbaar waren, maar het Hof motiveerde waarom het deze verklaringen wel aannam. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof binnen zijn beoordelingsvrijheid bleef en de motivering niet onbegrijpelijk was.
Verder klaagde de verdediging over overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, maar de Hoge Raad stelde dat de termijn pas begint te lopen bij het instellen van cassatie, waardoor slechts een geringe overschrijding bestond en geen reden tot strafvermindering.
De Hoge Raad herstelde ambtshalve een kennelijke vergissing in de toegewezen schadevergoeding en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; straf en schadevergoeding bevestigd met correctie schadebedrag.