ECLI:NL:PHR:2007:BA2504
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arbeidsgeschil over ketenbepaling en overgang naar arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
Deze zaak betreft de vraag of na een reeks van vier arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan op grond van artikel 7:668a lid 1 BW. De werknemer had met de Stichting Greenpeace Council meerdere arbeidsovereenkomsten gesloten, waarbij tussen de derde en vierde overeenkomst een onderbreking van iets meer dan drie maanden lag. De werknemer stelde dat deze onderbreking slechts formeel was en bedoeld om de ketenregeling te omzeilen, waardoor de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd reeds eerder zou zijn ontstaan.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst niet was onderbroken, maar het hof vernietigde dit oordeel en verwierp de vordering. De Hoge Raad bevestigt dat een werkgever en werknemer een onderbreking van meer dan drie maanden mogen overeenkomen, ook als dit tot doel heeft de overgang naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te voorkomen, tenzij sprake is van een constructie die misbruik van recht oplevert.
De Hoge Raad benadrukt dat de beoordeling van de feitelijke situatie en de intenties van partijen aan de feitenrechter toekomt. Ook stelt de Hoge Raad dat loonbetalingen en faciliteiten die tijdens de onderbreking werden verstrekt niet automatisch duiden op voortzetting van de arbeidsovereenkomst. De stelling dat de werknemer feitelijk werkzaamheden verrichtte vóór de formele aanvang van de vierde overeenkomst werd door het hof onvoldoende onderbouwd geacht.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet eerder is ontstaan dan per 8 oktober 2001, na het verstrijken van de onderbreking van meer dan drie maanden tussen de arbeidsovereenkomsten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet eerder is ontstaan dan per 8 oktober 2001.