ECLI:NL:PHR:2007:BA6241
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad door boycot van schoonheidssalon in hotel door verhuurder
In deze zaak stond centraal of Plant Hotel NV onrechtmatig had gehandeld jegens [verweerster], exploitant van een schoonheidssalon in het Marriott Hotel te Aruba, door hotelgasten niet langer naar haar salon te verwijzen nadat Mandara Spa, een concurrerende salon, in een nabijgelegen Marriott Vacation Club was geopend.
[Verweerster] stelde dat zij een exclusieve overeenkomst had voor het exploiteren van de salon en dat Plant Hotel NV haar had geboycot door uitsluitend naar Mandara Spa te verwijzen, wat leidde tot een aanzienlijke inkomensdaling. Het hof oordeelde dat Plant Hotel NV onrechtmatig had gehandeld door de zorgvuldigheidsnormen jegens [verweerster] te schenden, ook zonder dat een concurrentieoogmerk vereist was.
De bewijslevering bestond uit getuigenverklaringen, schriftelijke stukken, en bandopnamen waaruit bleek dat hotelgasten voor massages vanaf december 2000 niet meer naar [verweerster] werden verwezen. Plant Hotel NV slaagde er niet in dit te ontkrachten. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof dat sprake was van onrechtmatig handelen door Plant Hotel NV, waarbij de bijzondere zorgvuldigheidsnormen van een faciliteitenverschaffer jegens een geaffilieerde onderneming werden benadrukt.
De uitspraak benadrukt dat een verhuurder in een complex met geaffilieerde ondernemingen verplicht is tot passende verwijzingen en bekendmaking, en dat het nalaten daarvan onrechtmatig kan zijn, ook zonder een opzettelijk concurrentieoogmerk. De zaak illustreert de toepassing van ongeschreven recht en redelijkheid en billijkheid in commerciële huurrelaties.
Uitkomst: Plant Hotel NV handelde onrechtmatig door hotelgasten niet langer naar [verweerster] te verwijzen en werd veroordeeld tot schadevergoeding.