ECLI:NL:PHR:2007:BA7630
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitleg koopovereenkomst bij verborgen gebreken woning
In deze zaak stond een geschil centraal tussen kopers en verkoper van een 72 jaar oude woning over verborgen gebreken aan het dak en aanverwante onderdelen. De kopers stelden dat de woning niet voldeed aan het conformiteitsvereiste van artikel 7:17 BW Pro. De rechtbank wees de vordering af omdat de gebreken bij een redelijk onderzoek door de makelaar van de kopers hadden moeten worden ontdekt. Het hof bevestigde dit oordeel en baseerde zich daarbij op de uitleg van de koopovereenkomst, waarin was bepaald dat de koper zich niet kan beklagen over gebreken die hij bij redelijk onderzoek had kunnen ontdekken.
De Hoge Raad benadrukte dat de bepalingen in de koopovereenkomst, die grotendeels van aanvullend recht zijn, bepalend zijn voor de aansprakelijkheid. De clausule dat de koper gebreken die voor hem kenbaar zijn voor zijn risico neemt, werd door het hof uitgelegd als gebreken die bij redelijkerwijs te vergen onderzoek aan het licht zouden komen. Dit betekent dat de koper het risico draagt voor gebreken die hij of zijn deskundigen hadden kunnen ontdekken.
De Hoge Raad verwierp de klachten van de kopers dat het hof onjuist had geoordeeld over de toerekening van kennis of onwetendheid van de makelaars. Het hof had terecht geoordeeld dat het risico van gebreken die bij redelijk onderzoek ontdekt hadden kunnen worden, bij de koper ligt, ook als het onderzoek van de door de koper ingeschakelde deskundigen tekortschiet. De Hoge Raad concludeerde dat de klachten niet toereikend waren en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de kopers wordt verworpen; de verkoper is niet aansprakelijk voor gebreken die bij redelijk onderzoek ontdekt hadden kunnen worden.