ECLI:NL:HR:2007:BA7685
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor aannemen van valse hoedanigheid en oplichting met financiële diensten
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld wegens meervoudige oplichting, verduistering en valsheid in geschrift. Hij had gedurende de periode van mei 1998 tot april 2002 met valse voorwendselen geldbedragen verkregen van meerdere partijen door zich voor te doen als bonafide bemiddelaar in financiële diensten en vertrouwenspersoon die het geld als een goed huisvader zou beheren.
Uit het bewijs bleek dat verdachte reeds bij het sluiten van de overeenkomsten niet de intentie had het geld conform de afspraken te beheren, maar het gebruikte voor beleggingen in opties en eigen uitgaven. Hij liet betrokkenen blanco documenten ondertekenen en stelde valse overeenkomsten op waarin werd gesuggereerd dat men op de hoogte was van beleggingen, terwijl dit niet het geval was.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat verdachte valselijk en bedrieglijk de hoedanigheid van bonafide bemiddelaar aannam. Wel werd de opgelegde straf verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. De overige middelen van cassatie werden verworpen. De straf werd verminderd tot elf maanden en drie weken, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Strafvermindering tot elf maanden en drie weken gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met proeftijd.