Conclusie
middelvalt in drie onderdelen uiteen en komt met verschillende klachten op tegen beslissingen ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor oplichting gepleegd door een rechtspersoon, waarbij hij feitelijk leiding gaf aan de verboden gedraging. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, met uitzondering van de strafoplegging.
De bewezenverklaring betreft dat de besloten vennootschap [A] B.V. in de periode juni tot oktober 2008 door middel van valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels meerdere bestellingen van computers en leaseovereenkomsten aanging, terwijl zij wist niet aan haar betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Verdachte en medeverdachten gaven hier feitelijk leiding aan en namen de hoedanigheid aan van vertegenwoordigers van een betalende klant.
De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van een valse hoedanigheid en dat de onderneming in een uitbreidingsfase verkeerde, en dat de betalingsproblemen het gevolg waren van een brand. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat sprake was van een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels, waarbij het vertrouwen van professionele marktpartijen werd misbruikt.
De Hoge Raad wijst het middel af en bevestigt dat de bewezenverklaring met verbetering van de misslag gelezen kan worden zonder de passage over medeplegen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor oplichting met feitelijke leiding wordt bekrachtigd.