ECLI:NL:PHR:2007:BA8774
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperkende werking van redelijkheid en billijkheid bij vervalbeding in verzekeringsvoorwaarden en overgang verzekerd belang
In deze zaak stond centraal de vraag of de verzekeraar NOWM terecht een beroep kon doen op een vervalbeding in haar algemene voorwaarden, waardoor zij de uitkering weigerde na een brandschadeclaim van de curator van de failliete vennootschap [A] B.V. De verzekeraar beriep zich op artikel 11.2.2 van de polisvoorwaarden, dat bepaalt dat de verzekering vervalt 30 dagen na overgang van het verzekerd belang, tenzij de nieuwe verzekerde binnen die termijn aan de verzekeraar verklaart de verzekering over te nemen.
De curator stelde dat NOWM al vóór de brand op de hoogte was van de overgang van het verzekerd belang en dat NOWM zich op grond van redelijkheid en billijkheid niet op het vervalbeding kon beroepen. Het hof oordeelde dat AON, de tussenpersoon, bekend was met de overgang en dat die kennis aan NOWM moet worden toegerekend, waardoor NOWM het beroep op het vervalbeding niet kon handhaven. NOWM voerde ook verweren aan over bedrog en merkelijke schuld, maar het hof vond onvoldoende bewijs daarvoor.
De Hoge Raad bevestigde dat het beroep op het vervalbeding door de redelijkheid en billijkheid kan worden beperkt en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat NOWM zich niet kon beroepen op het vervalbeding omdat zij op de hoogte was van de overgang en de verzekering heeft gecontinueerd. Ook het beroep op bedrog en merkelijke schuld faalde wegens gebrek aan bewijs. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van NOWM en handhaafde het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat NOWM gehouden is tot uitkering ondanks het vervalbeding vanwege de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid.