ECLI:NL:PHR:2007:BB5079
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurgeschil over ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand
In deze zaak staat een huurgeschil centraal waarbij de verhuurder betaling van achterstallige huur en een excedent-premie voor de opstalverzekering vordert, alsmede ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De huurder betwistte de onderhoudsgebreken en de hoogte van de excedent-premie, en voerde aan dat sommige huurtermijnen wel waren betaald.
De kantonrechter wees de meeste vorderingen van de verhuurder toe en wees de reconventionele vordering van de huurder af. De ontruiming werd uitgevoerd ondanks pogingen tot uitstel. In hoger beroep werd de ontruiming onrechtmatig verklaard en werd de vordering tot betaling van de excedent-premie afgewezen, terwijl de huurachterstand werd toegewezen. De huurder stelde cassatie in tegen deze arresten.
De Hoge Raad oordeelt dat de huurder zich heeft berust in de ontbinding en ontruiming en daarmee geen beroep meer kan doen op opschortingsrechten met betrekking tot onderhoudsgebreken. De stelplicht en bewijslast van de huurder omtrent betaalde huurtermijnen zijn onvoldoende onderbouwd, waardoor de vordering tot betaling van huurachterstand terecht is toegewezen. Het cassatieberoep wordt grotendeels verworpen, en de huurder wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het deel gericht tegen het tussenarrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurder wordt grotendeels verworpen en de vordering tot betaling van huurachterstand wordt toegewezen.