ECLI:NL:PHR:2007:BB8658
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schadebeperkingsplicht bij inkomensschade na verkeersongeval
In deze zaak staat de vraag centraal in hoeverre een slachtoffer van een verkeersongeval, dat blijvend letsel heeft opgelopen en daardoor haar oorspronkelijke baan niet meer fulltime kan uitoefenen, verplicht is ander passend werk te aanvaarden om inkomensschade te beperken. De vrouw, werkzaam als wijkverpleegkundige, kon na het ongeval slechts 24 uur per week werken en vorderde vergoeding voor het inkomensverlies.
De rechtbank en het hof hebben geoordeeld dat de vrouw redelijkerwijs niet verplicht is ander werk te zoeken en aan te nemen, mede omdat het risico reëel is dat zij andere functies niet succesvol fulltime kan vervullen. De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en benadrukt dat de beoordeling van de schadebeperkingsplicht plaatsvindt op grond van redelijkheid en billijkheid, waarbij persoonlijke omstandigheden en het belang van het slachtoffer een rol spelen.
De Hoge Raad wijst klachten van de verzekeraar af die stelden dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had omtrent het begrip schade en de schadebeperkingsplicht. De uitspraak onderstreept dat de vrijheid van het slachtoffer om zijn leven in te richten en de reële mogelijkheden tot ander werk zorgvuldig moeten worden meegewogen bij de beoordeling van de schadebeperkingsplicht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd, waarbij het slachtoffer recht heeft op vergoeding van inkomensschade zonder verplichting tot ander passend werk.