ECLI:NL:PHR:2008:BB0428
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt dat vestigingseis Successiewet 1956 in strijd is met vrije kapitaalverkeer EG-Verdrag
De zaak betreft een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde trust die aanspraak maakt op het verlaagde successietarief van 11% op verkrijgingen uit nalatenschap, terwijl de Nederlandse Successiewet 1956 dit tarief beperkt tot binnen Nederland gevestigde algemeen nut beogende instellingen. De Inspecteur legde een aanslag op het algemene tarief op, wat door belanghebbende werd bestreden.
Het Hof 's-Gravenhage stelde de Inspecteur in het gelijk, met het argument dat het ontbreken van een wederkerigheidsverklaring door het VK een objectieve rechtvaardiging vormt voor het verschil in behandeling. Belanghebbende stelde dat deze vestigingseis in strijd is met het vrije verkeer van kapitaal en vestiging binnen de EG en het discriminatieverbod.
De Hoge Raad oordeelt dat de vestigingseis een beperking vormt van het vrije kapitaalverkeer zoals neergelegd in artikel 56 EG Pro-Verdrag. Deze beperking is niet gerechtvaardigd door de wederkerigheidsvoorwaarde, het belang van fiscale controle of het coherentieprincipe, aangezien buitenlandse instellingen niet de mogelijkheid krijgen om bewijsstukken te overleggen en er geen eis wordt gesteld aan binnenlandse instellingen dat zij het belang van de Nederlandse gemeenschap dienen.
De conclusie is dat de vestigingseis in artikel 24, lid 4, van de Successiewet 1956 onverenigbaar is met het EG-recht. De Hoge Raad verklaart het beroep van belanghebbende gegrond en zal de Inspecteur veroordelen in de proceskosten indien aan de wettelijke eisen wordt voldaan.
Deze uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG, waaronder het arrest Walter Stauffer, en bevestigt dat fiscale faciliteiten voor algemeen nut beogende instellingen niet mogen worden beperkt tot binnenlandse vestiging zonder objectieve rechtvaardiging.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de vestigingseis in de Successiewet 1956 onverenigbaar met het vrije kapitaalverkeer en verklaart het beroep van belanghebbende gegrond.