ECLI:NL:PHR:2008:BB6415
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Zelfstandigenaftrek en urencriterium voor buitenlandse belastingplichtigen met vaste inrichting in Nederland
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, exploiteert een glastuinbouwbedrijf met een vaste inrichting in Nederland. Hij verricht meer dan 1225 uren werkzaamheden voor zijn totale onderneming, maar minder dan 1225 uren voor de Nederlandse vaste inrichting. Hij heeft niet gekozen voor binnenlandse belastingplicht in Nederland.
De Rechtbank oordeelde dat alleen uren besteed aan de Nederlandse onderneming meetellen voor het urencriterium, waardoor belanghebbende geen recht heeft op zelfstandigenaftrek. Het Hof stelde echter dat ook buitenlandse uren meetellen en kende de zelfstandigenaftrek toe, waarbij de aftrek naar evenredigheid van binnenlandse en buitenlandse winst wordt berekend.
In cassatie wordt betwist of het Hof terecht aannam dat belanghebbende instemde met het subsidiaire standpunt van de Inspecteur. De Hoge Raad overweegt uitgebreid de wetsgeschiedenis, het onderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen, de verhouding tussen Wet IB 1964 en Wet IB 2001, en de toepassing van het urencriterium en de zelfstandigenaftrek. Tevens wordt ingegaan op de toepassing van het belastingverdrag met Duitsland en het EG-recht, met name artikel 43 EG Pro-verdrag betreffende het vrije verkeer van vestiging.
De conclusie is dat buitenlandse uren onder de huidige wettelijke regeling niet meetellen voor het urencriterium bij buitenlandse belastingplichtigen, maar dat deze regeling mogelijk in strijd is met het EG-recht. De zelfstandigenaftrek wordt primair als een brongebonden aftrekpost gezien die verband houdt met ondernemingsactiviteiten in Nederland. De zaak behandelt ook de complexiteit van de toepassing van de zelfstandigenaftrek in grensoverschrijdende situaties en de mogelijke ongelijke behandeling van binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het middel gegrond en overweegt dat buitenlandse uren niet meetellen voor het urencriterium bij buitenlandse belastingplichtigen, maar dat dit mogelijk strijdig is met het EG-recht.