ECLI:NL:PHR:2008:BC1231
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid indirect bestuurder voor faillissementstekort bij onbehoorlijke taakvervulling
Bij vonnis van de rechtbank Arnhem werd [A] B.V. failliet verklaard en werd [eiseres] als indirect bestuurder aansprakelijk gesteld voor het tekort wegens onbehoorlijke taakvervulling. De curator vorderde terugbetaling van onverschuldigde betaling en aansprakelijkheid van [eiseres].
Het hof bevestigde dat NVR, via [betrokkene 4], feitelijk als mede-beleidsbepaler van [A] heeft gehandeld, waardoor [eiseres] als formeel bestuurder van NVR aansprakelijk kan zijn op grond van art. 2:248 lid 7 jo Pro. art. 2:11 BW Pro. Het hof oordeelde dat het bedrag van NLG 57.500,-- onverschuldigd was betaald.
In cassatie werd onder meer betwist of NVR daadwerkelijk bestuurder was en of het hof rechtsgronden mocht aanvullen. De Hoge Raad oordeelt dat de uitleg van processtukken een feitelijke beslissing is en dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat NVR via [betrokkene 4] als mede-beleidsbepaler optrad.
De Hoge Raad stelt dat feitelijke bestuurders niet onder art. 2:11 BW Pro vallen, en dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft bij de toepassing van deze artikelen. Tevens is geoordeeld dat het hof buiten de rechtsstrijd is getreden door rechtsgronden aan te vullen, maar dat dit niet tot vernietiging leidt.
De conclusie van de A-G is vernietiging van het arrest in principaal cassatieberoep en verwerping van het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad concludeert tot vernietiging van het arrest in principaal cassatieberoep en verwerping van het incidenteel cassatieberoep vanwege onjuiste rechtsopvattingen en onvoldoende motivering.