ECLI:NL:PHR:2008:BC4498
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toekenning eenhoofdig ouderlijk gezag aan moeder na beëindiging gezamenlijk gezag
De zaak betreft een geschil tussen ouders over het gezag over hun minderjarige kinderen na ontbinding van hun huwelijk. De moeder verzocht om beëindiging van het gezamenlijk gezag en toekenning van eenhoofdig gezag aan haar, vanwege ernstige communicatieproblemen en zorgen over de omgang van de vader met de kinderen. De rechtbank stelde een voorlopige omgangsregeling vast en vroeg rapporten aan bij de Raad voor de Kinderbescherming en een gespecialiseerd instituut (FORA).
Na diverse procedures en rapportages stelde het hof vast dat de ouders al ruim vier jaar niet met elkaar communiceren, waardoor gezamenlijk overleg over de opvoeding niet mogelijk was. Het hof oordeelde dat voortzetting van het gezamenlijk gezag zou leiden tot een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders. Ook werd meegewogen dat de kinderen een negatief beeld van de vader hadden en angstig waren.
Het hof besloot daarom het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te kennen, waarbij het belang van de kinderen centraal stond. De vader stelde cassatie in tegen deze beslissing, met name over de ontvankelijkheid van het aanvullend verzoekschrift en de motivering van het oordeel over het gezag. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat het belang van de kinderen leidend was.
De Hoge Raad benadrukte dat het gezamenlijk gezag na echtscheiding voortvloeit uit de wet, maar kan worden beëindigd indien de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat het niet langer in het belang van het kind is. De communicatie tussen ouders en het risico voor het kind om klem te raken zijn daarbij belangrijke criteria. De keuze van het hof om het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te kennen is slechts beperkt toetsbaar in cassatie en werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het eenhoofdig gezag wordt aan de moeder toegekend.