ECLI:NL:PHR:2008:BC4845
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw bij ontstaan schulden
De verzoeker voerde samen met een compagnon een vennootschap onder firma die failliet ging met aanzienlijke schulden. Na ontbinding zette verzoeker een eenmanszaak voort, waarbij schulden opliepen tot circa €214.083,34. De verzoeker stelde dat de schulden vooral door zijn compagnon waren veroorzaakt en dat hij zelf niet te goeder trouw was.
Rechtbanken en hof wezen het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af op grond van artikel 288 lid 2 sub b Faillissementswet Pro, omdat verzoeker onvoldoende toezicht hield op de boekhouding, de financiële situatie niet goed in de gaten hield en leningen aanging terwijl hij wist dat terugbetaling niet mogelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit terecht heeft beoordeeld en dat het ontbreken van goede trouw niet alleen op opzet berust, maar een gedragsmaatstaf is. Het beroep van verzoeker op gelijkheid met zijn ex-compagnon die wel werd toegelaten, faalde omdat de omstandigheden en gedragingen van verzoeker anders waren. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden.