ECLI:NL:PHR:2008:BD3796
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing nieuwe maatstaf toelating schuldsaneringsregeling per 1 januari 2008
De schuldenaar verzocht op 27 juni 2007 bij de rechtbank Breda om toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank wees het verzoek af omdat de schuldenaar niet kon aantonen dat zijn administratie was bijgewerkt en dat hij aan zijn fiscale aangifteplichten had voldaan. De schuldenaar ging in hoger beroep bij het hof 's-Hertogenbosch, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde en het nieuwe artikel 288 Faillissementswet Pro toepaste, dat sinds 1 januari 2008 geldt.
De Hoge Raad behandelde in cassatie de vraag of het hof terecht het nieuwe artikel 288 Fw Pro heeft toegepast op een verzoek dat vóór de inwerkingtreding van die wet was ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever heeft beoogd dat de nieuwe maatstaf onmiddellijke werking heeft en ook geldt voor verzoeken die vóór 1 januari 2008 zijn ingediend maar na die datum worden behandeld. De klacht dat het hof de schuldenaar niet in de gelegenheid heeft gesteld zijn stellingen aan te passen aan het nieuwe recht werd verworpen, omdat de schuldenaar hiermee rekening had kunnen houden.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof de maatstaf van artikel 288 Fw Pro op juiste wijze heeft toegepast. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de schuldenaar niet aan zijn administratie- en aangifteplicht had voldaan, wat betekent dat niet aannemelijk is dat hij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen. De Hoge Raad verwierp de cassatie en bevestigde daarmee de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de administratie- en aangifteplicht en het nieuwe artikel 288 Fw van toepassing is.